Marcel Berkvens

Een varkenswinkel in Veghel

Want waar zou de wereld zijn zonder het varken?

MARIAHOUT/VEGHEL – Van roze spaarvarkens tot koteletten; Veghel heeft vanaf heden een winkel met alles van en over het varken. Een bezoek waard voor wie denkt dat de wereld zonder varkens kan. 

Varkenshouders Miriam en Marcel Berkvens gaan vanaf vandaag een ander leven in. Waar altijd alles draaide om de boerderij in Mariahout, splitst het echtpaar zich nu op. Marcel blijft thuis bij de zeugen en biggen, Miriam is in Veghel in haar varkenswinkel Oijnk!. Ze vinden beiden dat ze dit móeten doen. Om het verhaal te vertellen van het varken, om te laten zien aan consumenten dat de wereld eigenlijk niet meer zonder dit waardevolle dier kan.

Varkenswinkel?

Een varkenswinkel, het klinkt een beetje luguber. Maar het winkeltje in de Kalverstraat is een en al vrolijkheid. In de koelingen en schappen liggen niet alleen worsten, patés en andere vleesproducten, maar ook snoep, chocolade, papier, borstels, shampoo, verf, zeep, stiften. Allerlei producten gemaakt met restproducten van het varken:  gelatine, glycerine, vet, collageen, botten en varkenshaar. Dingen waarvan je het verband met een varken helemaal niet zou leggen. In een mok zit varkensbot. In  aquarelpapier gelatine. In de kaarsen, plakband, lijm en zelfs het cement, overal zit ‘restproduct’ in verwerkt. Waar zou de wereld zijn zonder varkens?

 

Op een speelse manier

Met hun winkel laten de bevlogen varkenshouders zien dat de impact van de boer verder gaat dan het produceren van een stukje vlees. ,,We missen hierin echt de verbinding met de burger”, vertelt Marcel Berkvens. ,,Op deze speelse manier willen we laten zien dat we varkens harder nodig hebben dan we denken. In mijn ogen is het een kringloop: varkens in Nederland eten voor een groot deel producten die mensen niet willen eten, restproducten uit de voedselindustrie. Oud brood bijvoorbeeld. Een varken is een nuttig dier.”

 

De Berkvens doen veel aan voorlichting

Het echtpaar, dat al 20 jaar varkens houdt en onder meer 850 zeugen verzorgt, pioniert al jaren als het gaat in de voorlichting over varkens. Met een varkensverteltas, een biggenbos, het project Klassenboer en deelname aan het vleesmerk EigenZwijns, waarbij worsten en hamburgers worden gemaakt die niet alleen uit vlees bestaan, maar deels ook uit kidneybonen.  Dat zorgt voor een lage CO2-foodprint en consument eet dan minder vlees, wat beter is voor de gezondheid. ,,Natuurlijk willen wij vlees verkopen, maar we willen ook mee met de tijd en producten neerzetten die goed zijn voor mens en dier”, zegt Marcel.

Tijdens de Dutch Design Week opende het echtpaar het PatéCafé. Daar ontstond het idee van een varkenswinkel. ,,We vroegen ons vooraf af of het wel slim was om als varkensboer op een plek te gaan staan waar duizenden kritische mensen komen. Maar we hadden juist weinig discussies over de veehouderij en hele goede gesprekken  over het vlees, en het varken. We vonden het leuk om met consumenten te praten en hen te laten genieten. De wens om nog meer aan informatie te doen is hier uit voortgekomen”, vertelt Marcel.

Waarom Veghel?

Waarom dan in Veghel, in een winkelcentrum dat uit de crisis krabbelt, dat zich niet het drukstbezochte van de regio mag noemen? Dat komt vanuit de acties van het centrummanagement om nieuwe en innovatieve winkels naar Veghel te trekken. ,,De winkel is hier bovendien op zijn plaats, we sluiten in de straat aan bij de bakker, groenteboer, slager en kaaswinkel”, zegt Miriam.

Op termijn willen de Berkvens achter in de winkel ook workshops geven. In het maken van zeep, worsten en paté bijvoorbeeld. En in uitbenen. ,,Daar is al veel animo voor”, weet Marcel. ,,Fijn dat mensen er voor open staan om meer te leren over dit bijzondere dier.”